Je stresssysteem is geen dramaqueen. Het is gewoon… oud.
Ken je dat moment dat je je laptop openklapt en je lijf al “aan” schiet, nog vóórdat je iets hebt gedaan? Alsof er ergens een sirene afgaat. Je hartslag iets omhoog, je schouders richting oorwarmers, je hoofd begint alvast met het openen van twintig tabbladen: mail, Teams, appjes, die ene deadline, het schoolplein, oh ja, de boodschap die je vergeten bent.
En het stomme is: er staat geen leeuw in je keuken. Er staat een agenda.
Welkom in moderne stress: dezelfde biologie als toen, maar met totaal andere prikkels.
Oertijdstress had een duidelijk einde. Moderne stress niet.
Stel je even voor: oertijd. Je loopt. Je zoekt eten. Je hoort geritsel. Je lichaam doet precies wat het moet doen: razendsnel alert, klaar om te rennen, te vechten of (heel menselijk) even te bevriezen. En daarna? Daarna is het óf opgelost, óf je bent… tja… opgelost.
Maar in het gunstige scenario komt er een einde. Je rent weg, je bent veilig, je lichaam zakt terug. Klaar. Afgerond.
Moderne stress is een ander genre. Geen “actie-scène van drie minuten”, maar een serie zonder seizoensfinale. Je stresssysteem krijgt geen helder signaal: veilig nu, uit. Je stressor is geen beest met tanden, maar een mix van verwachtingen, deadlines, sociale beoordeling en “altijd bereikbaar”. En dat laatste is verraderlijk, want je brein ziet “mogelijk gevaar” bijna net zo serieus als “echt gevaar”.
Mini-breinlesje: je stressreactie is gebouwd voor korte pieken, niet voor een constante bromtoon
Je stresssysteem is briljant in acute situaties: het mobiliseert energie, verscherpt je aandacht en zet je klaar voor actie. Maar het is minder goed in “langdurig aanstaan met kleine schokjes tussendoor”.
Onderzoek naar allostase en allostatic load beschrijft precies dat: je lichaam kan zich steeds aanpassen om overeind te blijven, maar herhaald aan moeten staan, of niet goed kunnen uitzetten, kost je systeem op termijn simpelweg meer dan het terugkrijgt.
En nu komt het stuk dat moderne stress extra pittig maakt: veel hedendaagse stress gaat niet over fysieke dreiging, maar over sociale en mentale dreiging. Denk aan status, afwijzing, prestaties, fouten maken, “door de mand vallen”. Je hoeft niet aangevallen te worden; een beoordelende blik (of het idee daarvan) kan al genoeg zijn.
Dat is niet zweverig, dat is biologie. In een grote meta-analyse van labstudies bleek cortisolreactie vooral sterk bij stressoren die voelen als oncontroleerbaar en sociaal-evaluatief (oftewel: je wordt beoordeeld en je hebt niet het gevoel dat je het kunt fixen).
Dus ja: die vergaderingen waarin je “even iets moet toelichten” voor mensen die nét te stil zijn… kan voor je brein heel dicht bij “ik sta hier alleen in de arena” komen.
De evolutionaire mismatch: je brein leeft nog in een wereld die niet meer bestaat
Er is een term die dit lekker helder maakt: evolutionaire mismatch. Simpel gezegd: je stresssysteem is gevormd in een omgeving met andere stressoren dan die we nu dagelijks hebben. Het systeem is niet stuk. de omgeving is veranderd.
Waar je lijf vroeger vooral korte, fysieke uitdagingen kreeg, krijgt het nu vaak langdurige, abstracte en sociale stress. En die zijn lastig “af te maken”. Je kunt niet “even wegrennen” van een hypotheek, een mailbox, of die vage spanning met een collega.
En ondertussen stapelen de microstressoren zich op. Een berichtje. Een melding. Nog eentje. Iemand die “even” iets vraagt. Je brein raakt gewend aan een soort constante waakstand: niet paniek, maar een brommende motor die nooit echt uit gaat.
Moderne stress is vaak sociale stress in vermomming
We onderschatten dit enorm. Veel professionals zeggen: “Ik heb gewoon veel werk.” Maar onder dat “veel werk” zit vaak iets menselijks: ik wil het goed doen, ik wil erbij horen, ik wil niet falen, ik wil gezien worden als competent.
In die zin is moderne stress niet alleen drukte. Het is vaak een bedreiging van sociale veiligheid: de behoefte om veilig te zijn in je groep, je team, je relatie, je netwerk. Er is een sterke evolutionaire logica dat sociale dreiging (afwijzing, uitsluiting, statusverlies) hard binnenkomt, omdat “erbij horen” vroeger letterlijk overleven betekende.
Dus wanneer jij ’s avonds nog “heel even” die mail beantwoordt, is dat niet alleen productiviteit. Het is soms ook: ik wil geen gedoe, ik wil oké zijn, ik wil niet achterlopen, ik wil de boel onder controle houden. Alleen… je lijf hoort vooral: gevaar nog niet voorbij.
Oké, leuk verhaal Sylvia, maar wat moet ik hier morgen mee?
Het omslagmoment is dit: als moderne stress zelden “af” voelt, dan moet jij je stresssysteem helpen om wél afronding te ervaren. Niet met grote “levens herziening”, maar met kleine, slimme signalen richting je brein: dit is klaar, nu herstel.
Je kunt vandaag al één kleine proef doen: kies één moment op je dag dat je normaal doorstuitert (bijvoorbeeld na je laatste meeting) en maak daar een mini-einde van. Ik bedoel niet “ga een uur mediteren op een berg”. Ik bedoel: letterlijk twee minuten waarin je je systeem laat landen. Sta op, adem wat langzamer uit dan in, kijk even uit het raam, laat je ogen ergens op rusten. Het lijkt kinderachtig, maar je brein snapt rituelen. Het houdt van “einde/nieuw begin”.
Daarna komt de tweede proef: maak één onzichtbare stressor zichtbaar. Moderne stress is vaak vaag, en vaag is voor je brein verdacht. Zet ’m in gewone taal op papier: “Ik ben bang dat ik niet goed genoeg ben in dit project” of “Ik voel druk omdat ik niemand wil teleurstellen.” Alleen al het benoemen kan de ruis verlagen, omdat je prefrontale cortex eindelijk iets concreets krijgt om mee te werken in plaats van een wolk.
En de derde proef is de meest irritante (sorry): herstel behandelen alsof het een afspraak is. Want dat is het ook. Als jij de hele dag “aan” staat, dan is je lichaam ’s avonds niet ineens magisch in staat om uit te gaan. Dus bouw microherstel in terwijl je nog functioneert: een korte wandeling na de lunch, tien minuten zonder scherm, desnoods drie keer per dag één minuut “uitademen alsof je een rietje leegblaast”. Je zenuwstelsel heeft niet altijd een retraite nodig; het heeft vooral regelmaat nodig.
Dat is ook precies hoe ik bij Zenfluence naar stress kijk: niet als een karakterprobleem, maar als een systeem dat je kunt leren bijsturen, met kleine, herhaalbare ingrepen die je brein gaat vertrouwen.
Als jij dit niet alleen wil doen
Als je nu denkt: oké, dit verklaart veel… maar ik val steeds terug, dan is dat geen gebrek aan wilskracht. Dat is hoe gewoontes en stresslussen werken. Je hebt een plan nodig dat past bij jouw leven, jouw agenda en jouw brein.
In het I Am-programma, in 6 weken van chaos naar een heldere, gefocuste werkdag bouwen we precies daaraan: rust in je hoofd, meer grip op je dag, en een stresssysteem dat niet bij elke melding opspringt. Geen perfectie, wel een systeem dat je volhoudt.
De signalen die je nu nog “normaal” vindt
En dan nog iets: moderne stress is zo alledaags geworden dat veel mensen de eerste signalen totaal missen. Je noemt het “druk”, “gewoon een fase”, “even doorbijten”.
In het volgende artikel neem ik je mee in die vroege, subtiele stresssignalen die bijna iedereen wegwuift, tot het systeem ineens op de rem trapt. En ja: je gaat jezelf erin herkennen.
McEwen, B. S. (1998). Stress, adaptation, and disease: Allostasis and allostatic load. Annals of the New York Academy of Sciences, 840, 33–44. (PubMed)
Dickerson, S. S., & Kemeny, M. E. (2004). Acute stressors and cortisol responses: A theoretical integration and synthesis of laboratory research. Psychological Bulletin, 130(3), 355–391. (PubMed)
Slavich, G. M. (2020). Social Safety Theory: A biologically based evolutionary perspective on life stress, health, and behavior. Annual Review of Clinical Psychology. (PubMed)
Slavich, G. M. (2023). Social Safety Theory: Conceptual foundation, underlying mechanisms, and future directions. (open access via PMC). (PMC)
Hoogland, M., et al. (2022). Two Different Mismatches: Integrating evolutionary mismatch perspectives… Perspectives on Psychological Science. (SAGE Journals)
